Mag het licht uit

Voor de zoveelste keer loop ik dezelfde route: door de schuifdeuren naar rechts, langs de grote groene Monstera in de hoek. Door de automatische deuren, waarvan de onderkant flink beschadigd is, dan door de klapdeuren rechtsaf naar de lift. Nu naar de 5e verdieping en voorheen meestal naar de 2e. 

‘Ik wil niks meer’, heeft ze gezegd. Ik wist het en toch schrok ik. Het lijkt of ze het heeft opgegeven. Met haar witte gelaat en grijze haar ligt ze bijna onopvallend in het ziekenhuisbed. Ik kijk naar haar en zie hoe het zachte licht dat naar binnen schijnt haar gelaatstrekken verscherpt. Ik kan het niet helpen dat ik aan mijn vader denk terwijl ik naar haar kijk. Zijn tomeloze positiviteit tot aan het einde toe, gaven mij kracht om het zelf vol te houden.

Vanuit het niets of ze mijn gedachte kan lezen zegt ze: ‘Ik doe echt mijn best, sorry dat ik niet ben zoals je vader.’ Mijn hart breekt en ik pak haar hand. ‘Het maakt niet uit mama, ik wil je gewoon niet kwijt.’ 

‘De arts komt er zo aan,’ zegt de zuster die bijna geruisloos binnen is komen lopen. Zenuwachtig strijk ik de pluisjes van mijn broek. Ik zoek naar haar van een jaar geleden. Ze ziet er zo bleek en breekbaar uit. De blauwe aders op haar huid zo duidelijk zichtbaar. Zachtjes dek ik haar toe. ‘Mag het licht uit?’, fluistert ze, ‘ik ben zo moe.’

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.